Met het werkwoord meterse wordt een verandering van een sociale groep aangegeven.
El joven se metió pastor.
Lientje heeft al een tijdje Spaanse les. Ze is naar Spanje gegaan om nog meer Spaans te leren. Doe je mee?
.
Aangepast zoeken
zondag 20 februari 2011
dinsdag 25 januari 2011
Nog een keer het werkwoord "worden"
Hacerse - betekent (geleidelijk aan) "worden" als het met een bijvoeglijk naamwoord wordt gebruikt.
Una persona se hace viejo.
Komt hacerse met een zelfstandig naamwoord voor dan is de persoon, die het onderwerp is, actief betrokken bij de betekenis van de zin.
Hacerse monja.
Una persona se hace viejo.
Komt hacerse met een zelfstandig naamwoord voor dan is de persoon, die het onderwerp is, actief betrokken bij de betekenis van de zin.
Hacerse monja.
dinsdag 4 januari 2011
Volverse, ponerse
Volverse - drukt een verandering uit met een blijvend resultaat.
Se ha vuelto una persona agresiva.
Ponerse - drukt een verandering uit die tijdelijk is.
¿Porque te pones nervioso cuando no hay chicle?
Se ha vuelto una persona agresiva.
Ponerse - drukt een verandering uit die tijdelijk is.
¿Porque te pones nervioso cuando no hay chicle?
maandag 20 december 2010
Mucho, tanto
Muy en mucho betekenen veel.
Muy is een bijwoord en is onveranderlijk.
Mucho is een bijvoeglijk naamwoord en is veranderlijk.
¡Muy bien!
Hay mucha gente.
Tan en tanto betekenen zoveel.
Ttan is een bijwoord en onveranderlijk.
Tanto is een bijvoeglijk naamwoord en veranderlijk.
No lo explicaste tan bien como él.
¿Porqué hay tanta gente allí?
Muy is een bijwoord en is onveranderlijk.
Mucho is een bijvoeglijk naamwoord en is veranderlijk.
¡Muy bien!
Hay mucha gente.
Tan en tanto betekenen zoveel.
Ttan is een bijwoord en onveranderlijk.
Tanto is een bijvoeglijk naamwoord en veranderlijk.
No lo explicaste tan bien como él.
¿Porqué hay tanta gente allí?
dinsdag 30 november 2010
Bergen en vlakten
(v)Cadenas alargadas de colinas y montañas - langgerekte heuvel- en bergruggen
Las regiones de montaña - de bergregio's
La cumbre - de top
A 1974 metros de altitud - Op 1974 meter hoog
La colina - de heuvel
La llanura - de (laag)vlakte
El terreno plano - vlak terrein
maandag 15 november 2010
Om te onthouden
Als je een vragend voornaamwoord ziet staan, zie je ook altijd een accent. Vergeet het niet te plaatsen.
¿Qué? ¿Quién? ¿Cuál? ¿Cuándo? ¿Cuánto?
¿Qué? ¿Quién? ¿Cuál? ¿Cuándo? ¿Cuánto?
dinsdag 26 oktober 2010
Het gebruik van hoofdletters
In het Spaans worden de hoofdletters bijna op dezelfde manier gebruikt als in het Nederlands.
Spanje - España
België - Bélgica
zondag - domingo
zaterdag - sábado
zomer - verano
herfst - otoño
Maar:
Hij is Spanjaard. - Es español.
Ik spreek Nederlands. - Hablo holandés.
Spaans fruit - fruta español
Spanje - España
België - Bélgica
zondag - domingo
zaterdag - sábado
zomer - verano
herfst - otoño
Maar:
Hij is Spanjaard. - Es español.
Ik spreek Nederlands. - Hablo holandés.
Spaans fruit - fruta español
Abonneren op:
Posts (Atom)